Marinus

Marinus is niet meer. Een ongelukkige val in zijn eigen huis is hem fataal geworden – zijn eigen huis, dat hij letterlijk van de fundering tot het dak eigenhandig had opgeknapt. Marinus, internetdeskundige van het eerste uur. He taught me everything I know. Het moet 1997 zijn geweest, dat je als technisch architect voor VSB een schitterende webapplicatie bouwde voor een kiosk. De kiosk is helaas nooit live gegaan, maar het was een fraai staaltje internettechnologie.

We werkten toen nog bij Andersen Consulting. Ik leerde je pas echt kennen in 1998, toen we beide een project deden in Zeist. Op het laatste moment was een squasher afgevallen, dus we zochten een vervanger. Ik wist dat je squashte, dus ik vroeg op goed geluk of je in wilde vallen. Uiteraard had je je squashspullen niet bij je, en was je op de fiets naar het werk gekomen. Kansloos dus. Nee dus. Je fietste eerst een half uur naar huis om je spullen te halen, en kwam daarna weer terug naar Zeist. Eerste staaltje van gedrevenheid. Tweede staaltje was dat ik van de baan geveegd werd.

Ik kreeg de opdracht om een website te bouwen voor Universal Leven. “Self service” avant la lettre. Gebaseerd op Java, met SilverStream als applicatieserver. Twee technologieën waar ik niet in thuis was. Zelf had je het verschrikkelijk druk met een ander project, maar in de avonduren wilde je me wel helpen met een stuk Java coding. Uit passie voor het vak, en om een collega te helpen.

En toen kwam Libertel met de opdracht om een web- en mobiele portal te bouwen voor haar klanten. Jij was de software architect, ik was verantwoordelijk voor de contentstromen. De ambitie was om 300.000 klanten te bedienen, en daar moest de webapplicatie op geschaald worden. En hij moest ook nog volledig gepersonaliseerd kunnen worden, zowel voor web als mobiel. Een onmogelijke opgave. Maar je wist een architectuur neer te zetten die dit eenvoudig aankon. Een kundiger applicatie-architect ben ik niet meer tegengekomen. De website ging Vizzavi heten; een enorme commerciële flop, maar als project waanzinnig. In drie maanden uit de grond gestampt, wekenlang 80 uur gebuffeld. Ik weet nog dat we eens om drie uur ’s nachts met z’n tweeën achter een Unix terminal zaten om de applicatieserver weer overeind te krijgen. En dat ondertussen de CEO ieder kwartier aan de telefoon zat om te vragen of de site het alweer deed.

Daarna direct door naar Londen, om de Europese portal van Vizzavi in de lucht te krijgen. Wat hebben we daar een supertijd gehad samen! Midden in de dotcom-hype een appartement delen met uitzicht op de London Eye en Big Ben. Iedere dag, zeven dagen per week, samenwerken met honderden Engelsen, Duitsers, Fransen, Spanjaarden, Italianen, en een verdwaalde Amerikaanse investment banker als CEO. Iedere avond pizza op kantoor, na het werk door naar de kroeg naast het kantoor, en aftoppen in de lounge van een of ander hotel – de enige plek waar je na elven nog alcohol kon krijgen! De stelligheid waarmee je kon verklaren dat je ‘nackered‘ was – accentloos uitgesproken, zal ik nooit vergeten.
Tot je op een dag tijdens het eten tegen me zei: “Ton, ik heb een onwijs goed business plan, we moeten een eigen bedrijf beginnen”. Vervolgens spendeerden we iedere avond aan het brainstormen over een idee waarmee we de wereld zouden gaan veroveren. Drie maanden later zeiden we onze baan op bij – inmiddels – Accenture en begonnen we voor onszelf. Maar voordat we uit Londen vertrokken pakten we nog even de legendarische verjaardagsborrel van onze Braziliaanse collega Max – met een overmatige hoeveelheid Caipirinha – mee.

Je had Niels in Londen al een keer ontmoet. Terwijl we – terug in Nederland – ons business plan aan het opstellen waren, realiseerden we ons dat we iemand nodig hadden met ‘veel’ business ervaring. Niels dus, met enige jaren BCG-ervaring, en net terug van zijn MBA in New York. Met ons drieën schreven we een superplan en probeerden we de wereld hiervoor te winnen. AggKnowledge ging het bedrijf heten, omdat ons business plan gebaseerd was op het slim aggregeren en distribueren van content; en we die “knowledge” in huis hadden. Nadat we hadden ontdekt dat het huren van kantoorruimte veel te duur was, besloten we dat kantoor bij jou aan huis zou zijn. Jarenlang heeft jouw woonkamer dienst gedaan als kantoor; een deur op schragen was het bureau. Nooit heb ik één klacht van je hierover gehoord; dat was gewoon onderdeel van het hebben van een eigen bedrijf.

Aan tafel komen bij de investeerders was geen probleem. Ronald Slot van Warp vond ons echter te jong en onervaren om het gevraagde miljoen te investeren. Had hij achteraf waarschijnlijk gelijk in. Guido van de Lost Boys Incubator was meer geïnteresseerd; logisch, vriendje van Niels. Uitgebreid hebben we met z’n drieën deze succesjes op de zonnige terrassen van Amsterdam gevierd. Ook de contacten met potentiële klanten liepen redelijk. Een reisbureau was geïnteresseerd. We werkten altijd met de radio aan (tot mijn ongenoegen overigens), toen we hoorden dat een vliegtuig het WTC in was gevlogen. Televisie aan natuurlijk, net op tijd om live het tweede vliegtuig binnen te zien vliegen. Niet gewerkt meer natuurlijk, alleen nog maar voor de buis gezeten. De volgende dag belde het reisbureau: alle investeringen waren per direct ‘on hold’ gezet. Een paar weken later belde Guido: de Lost Boys Incubator was opgehouden te bestaan.

We waren weer bij af; geen kapitaal en hard ons spaargeld er doorheen aan het jagen. Business was er nauwelijks meer; de dotcom bubble was gebarsten. We begonnen tegen het eind van de middag Red Alert te spelen als afleiding. Maar steeds vaker begónnen we de dag met dit verslavende spel, en speelden we het ’s avonds nog. Wat hebben we hier – ondanks dat het overstandig was – ontzettend veel plezier aan beleefd! Niels moest uiteindelijk de moeilijke maar noodzakelijke keuze maken om “gewoon” weer geld te gaan verdienen bij BCG.

En toen stonden we er met z’n tweeën voor. Het business plan moest eenvoudiger; we gingen ons richten op mobiele diensten. SMS Search werd het, een soort Google voor op je mobiele telefoon. Superdienst, maar te vroeg in de markt gezet. Google komt er nu pas mee. Dag en nacht was je bezig om de applicatie te optimaliseren. In die tijd hebben we fikse meningsverschillen gehad over de te volgen strategie, maar altijd op basis van redelijkheid, niet emotie. Uiteindelijk was de applicatie goed genoeg om aan de operators te demonstreren. KPN en Vodafone waren niet geïnteresseerd, maar Telfort wél. Tot diep in de nacht hebben we geoefend op onderhandelen. Boekjes erbij, de BATNA. Maar jij bent geen onderhandelaar; ik ook niet. Dat werd dus een slechte deal. Van het geld dat we met onze SMS Search hebben verdiend, hadden we mogelijk één keer uit eten kunnen gaan.

Gelukkig was je meer dan ervaren Java-architect, dus je kon overal als freelancer aan de bak. Het verdiende geld zouden we via een bepaalde sleutel verdelen. En ik, die altijd bewust technologie-generalist was gebleven, kon als freelancer natuurlijk nergens aan de slag. De verhouding lag daardoor helemaal scheef: ik leefde zo ongeveer op jouw verdiende loon. Niet één keer heb ik je daarover horen klagen; dat was “part of the deal”. Een onbaatzuchtiger persoon ben ik nooit tegengekomen.

Uiteindelijk hield ik me vooral bezig met de financiële administratie en het tunen van de firewall, terwijl jij buiten de deur freelance-opdrachten deed. Dat was niet vol te houden. Samen besloten we dat het beter was als ik ging solliciteren. Binnen korte tijd had ik een baan gevonden bij Lost Boys, en ging jij in je eentje verder met het bedrijf. Inmiddels werkte je fulltime als freelancer bij ING. Daarnaast had je in je avonduren en de weekenden een SMS-applicatie ontwikkeld voor een reisorganisatie. Met het onderhouden en uitbouwen hiervan, en je “gewone” baan was je dag en nacht bezig. Ik heb zelden iemand gezien die zo toegewijd met zijn vak bezig kon zijn. En die daarnaast ook nog gewoon tijd maakte voor sociale activiteiten. Ik kan me de avonden herinneren dat we Kolonisten speelden (en Bas altijd won), en dat we onze tegenstanders bij het Klaverjassen helemaal gek maakten. Waarna het voor mij vaak te laat was om terug te reizen naar Amsterdam, maar er altijd een logeerbed voor me klaarstond.

De laatste twee jaar zagen we elkaar wat minder vaak dan daarvoor. We gingen nog wel regelmatig squashen, maar omdat jij competitie speelde, werd het niveauverschil op een gegeven moment te groot. Zoals je in alles altijd de perfectie nastreefde. Hele discussies hebben we gevoerd over het optimale voetenwerk en de perfecte slagbeweging op de squashbaan. Ook snowboarden kon je fantastisch. Ik ben één of twee keer met jou en een grote groep Accenture-collega’s op wintersport geweest. Wat hebben we toen ontzettend veel lol gehad.

De afgelopen maanden zagen we elkaar weer wat vaker. Ik had plotseling van belastingaanslag van 6000 euro over 2002 gekregen. Ik bleek mijn aangifte over dat jaar niet te hebben gedaan, en de aanslag was gebaseerd op een fictief loon dat veel hoger was dan wat we daadwerkelijk hadden verdiend. Toen ik dit met jou besprak, bleek de administratie niet op orde, en had je zelf ook nog wat in te dienen bij de Belastingdienst. Avonden hebben we zitten puzzelen met debet en credit, winst en verlies, en BTW. Uiteindelijk heb jij zelf de administratie op orde gekregen; avond aan avond heb je eraan geklust. Op nieuwjaarsdag om twee uur nota bene kreeg ik de definitieve Excel-sheet van je opgestuurd, en kon ik de belastingaangifte over 2002 doen.

Je had me gevraagd of ik tickets voor een Champions League wedstrijd van Ajax kon regelen. En dat deed ik. Samen met jou, je vader en je broertje hebben we genoten van Ajax-Inter. Nog steeds heb ik blaren op mijn handen van de kenmerkende ‘high five’ die je me gaf toen Ajax op 2-0 kwam. Afgelopen vrijdag belde ik je nog om een telefoonnummer te vragen van iemand die Lost Boys aan freelance Java-programmeurs zou kunnen helpen. We zouden snel wat afspreken.
Begin februari had ik bericht gekregen van de Belastingdienst. Op basis van de nieuwe gegevens hoefde ik geen belasting over 2002 te betalen. Dat scheelde dus 6000 euro! Ik stuurde je een mailtje:

Hoi Marinus,

Ik heb direct de spulletjes naar de Belastingdienst opgestuurd, en met goed resultaat. Ik hoef inderdaad geen belasting te betalen over 2002. Alleen een verzuimboete, maar daar kan ik moeilijk tegen protesteren. Dank voor het kloppend krijgen van de balans. I owe you one!

Ik ben je eentje schuldig. Wat verschrikkelijk dat ik die schuld nooit bij je in zal kunnen lossen. Het was fantastisch je gekend te hebben, samen met je te hebben gewerkt en een vriend van je te zijn geweest. Rust in vrede Marinus.

Delen

Reacties

reacties

3 gedachten over “Marinus

  1. Wat moet dit een schok voor je zijn. Veel sterkte toegewenst bij het verwerken van dit verlies.

  2. Ton, wat een ontzettend vervelend bericht. Ik wens je heel veel sterkte om dit verlies te dragen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *